Luik – Villers-la-Ville = La Via Juliana
130 kms in 8 dagen

130 km in 8 dagen op de Via Juliana, om de weg van armoede van de heilige Juliana te overwegen en te ervaren, samen met haar roeping van aanbidding en haar daad van overgave aan de Vader.

coverimage-169202_vmosana_Aix-Liege-Huy_NamurHet pad van de heilige Jakobus overlapt met de via Juliana, waar het de Maasvallei doorgaat. De ‘Via Juliana’, oorspronkelijk uitgestippeld door Bruno Vermeire, Dominique en Myriam Beguin, in 1999, verbindt de abdij van Villers-la-Ville (haar graf), Fosses-la-Ville (plaats van haar dood), Salzinnes, Hoei, Cornillon, Retinne en eindigt waar de heilige Juliana rivier de Maas instroomt.

Via-Juliana-v1

http://board.cirkwi.com/circuits/mes_circuits/?ws_langue=fr#cdf_id_circuit=53484

Vertrek van de abdij van Villers-la-Ville

RP Cornillon 2006 009‘De volgende dag werd het offer voor de overledene in de kerk van Fosses aangebracht, en vervolgens werd het lichaam van de maagd op een kar geladen door haar trouwe vriend, de monnik Gobert, die ze hadden opgeroepen; hij leidde haar lichaam naar het huis van Villers, zoals de jonkvrouw van Christus tijdens haar leven gevraagd had. […] Deze monnik Gobert was vroeger een sterke militaire soldaat geweest, zeer gelukkig en beroemd, afstammeling van een van de edelste families van het koninkrijk van Frankrijk; maar hij was edeler geworden toen hij de wereld was ontvlucht als gevolg van de goddelijke roeping, rijker en bekender was hij door het verachten van aardse dingen […]. Als monnik in dit huis in Villers, hield hij van Juliana, de jonkvrouw van Christus, vooral omdat hij de heiligheid van haar lichaam en geest tijdens haar leven had gekend. Haar lichaam werd met respect verwelkomd door de gemeenschap van dit huis en het werd door een speciale gunst tot de volgende dag bewaard. De monniken bewaakten het lichaam de hele nacht lang. […] Het maagdelijke lichaam werd begraven tussen de heiligste lichamen van het huis. Het is uw nederzetting, O Christus, die toevertrouwd is aan het huis van Villers.’ (Vita, II, 50)

Eerste etappe: Villers-la-Ville – Fosses-la-Ville
28 km – GR 126 + 125

« De dienares van Christus, Juliana, bracht de hele vasten (van het jaar 1258) (in haar kluis) in grote discipline van stilte door, terwijl ze met groot geduld de ziekte verdroeg waaraan ze in haar lichaam leed. […]
Op woensdag, de vooravond van de heilige Ambrosius (toen op 4 april gevierd), leek ze zo zwak dat men dacht dat haar einde zeer nabij was. […] Op donderdag, benauwd door de beklemming van haar naderende dood, slaagde ze er niet in het gewoonlijke getijdengebed te bidden, zoals op de dagen ervoor; maar ze verlangde dat er in haar aanwezigheid gebeden zouden worden. Ze deed mee wat en hoe ze kon, samen met hen die de gebeden zegden; op die manier loofde ze de Heer haar hele leven en dat zegende Hem altijd door. Uiteindelijk, toen ze nauwelijks nog kon spreken, herhaalde ze dikwijls de woorden van de Apokalyps: “Zalig de doden, die in de Heer sterven ».
Fosses-la-ville_JPG00Uiteindelijk brak de verbinding van haar aardse cabine en werd haar ziel, die er zo naar verlangde, vrijgelaten. De grote dag, de dag van haar eeuwige geboorte, schitterde. Bij dit vertrek stonden de eerwaarde abdis van Salzinnes, jonkvrouw Hymène en verschillende zusters haar bij, en de gewaardeerde cantor van Fosses die vergezeld was van enkele andere personen, die altijd in de aanwezigheid van zuster Ermentrude waren; kortom, een kleine verzameling gelovigen. » (Vita, II, 47,48,49)

Juliana leefde enkele jaren afgezonderd in de kerk saint–Feuillien in Fosses-la-Ville.

Tweede etappe: Fosses-la-Ville – Salzinnes
21 km – GR 125

« Toen ze in dit huis aankwamen, ontving de eerbiedwaardige abdis hen met grote toewijding en stelde hen als woning een ruime zaal voor, terwijl ze haar gasten veel eerbied en een respectvolle vriendschap bood. Maar Juliana, die van nederigheid hield, droeg met moeite de eer en het respect dat hen werd betoond, en bleef discreet, zoals ze was en zoals ze altijd was geweest; ze vroeg de abdis vaak of ze haar in een huis in de buurt van de kerk kon plaatsen, en beweerde dat ze liever in nederige en bescheiden plaatsen verbleef dan in grote en nobele zalen. » (Vita, II, 33)

Namen – De parochie Sint-Juliana van Salzinnes. Juliana werd door de abdis van Salzinnes ontvangen in Hymène.

Derde etappe: Salzinnes – Andenne
33 km – GR 575

De kapittelkerk Sint-Begge (Andenne). De heilige Begge, een overgrootmoeder van Karel de Grote, die weduwe werd, stichtte in Andenne, omstreeks 692, een Merovingische abdij met, naast twee verschillende verblijfplaatsen, zeven kerken. In de 11e eeuw werd het klooster een seculier kapittel. De lekenmacht verplichtte rekrutering uit de adel. Zo werd het primitieve klooster een nobel kapittel dat overwegend vrouwelijk was. In 1762 waren de zeven kerken in zeer slechte staat. Het kapittel kreeg toestemming van keizerin Maria Theresia van Oostenrijk om ze te vervangen door één heiligdom. Hij gaf L-B Dewez, de officiële architect van gouverneur Charles van Lorraine, de opdracht om plannen te maken voor een nieuwe neoklassieke kapittelkerk.
Hierin ontdekken we het graf van de heilige van de 12e
eeuw, een katheder met een griffoen (koperwerk uit 1510), 17e-eeuwse kraampjes, biechtstoelen en preekstoel van 18de eeuw, 17e en 18e eeuwse schilderijen waaronder ‘le Massacre des Innocents’ (de Kindermoord van Bethlehem) (1615) door Finsonius uit Brugge. In het museum en de schatkamer van de kapittelkerk bevinden zich edelsmeedkunst, textiel, beeldhouwwerken, schilderijen, manuscripten en grafmonumenten, erfenis van eeuwen van vroomheid en toewijding en getuigenissen van de kracht van de heiligheid van de abdij. Een uitzonderlijk stuk: het renaissance-schrijn van de heilige Begge.

4e etappe: Andenne – Huy (La Sarte)
28 km – GR 575 + 576

« Toen verliet de jonkvrouw van Christus met enkele zusters het opstandige huis van de berg Cornillon alsof ze Ur in Chaldea verliet; ze vertrok zonder financiële middelen. En toen haar werd gevraagd wie de noodzakelijke kosten voor haar en haar gezellinnen zou betalen, antwoordde ze, door al haar zorgen aan de Heer af te geven, volgens het advies van St. Petrus: “God zal ons helpen en indien nodig zullen twee van onze moedigste zusters gaan bedelen aan de poorten. Ze woonde eerst in Robermont, vervolgens in Val-Benoît, daarna in Val-Notre-Dame (Antheit-Huy), allen huizen van nonnen van de cisterciënzerorde. Maar de eerder vernoemde overste […] achtervolgde de Maagd van Christus in elk van deze huizen en gebruikte telkens sluwe complotten zodat ze in geen enkel van de huizen langdurig zou kunnen verblijven. »
(Vita, II, 31)

Hoei – De geschiedenis van deze kerk is gekoppeld aan de ontwikkeling van de pelgrimstocht naar Onze-Lieve-Vrouw van La Sarte (Maagd en Kind). In 1621 verzamelde een arme vrouw uit de stad, Anne Hardi, dood hout op de berg Sarte. In de buurt van een bouwvallig kapelletje vond ze een beeld van de Maagd die ze op haar houtbundel plaatste. Het lukte haar niet meer om deze op haar schouders te nemen, zelfs niet geholpen door twee voorbijgangers, behalve nadat ze tot Maria hadden gebeden. De stad herdenkt elk jaar het « wonder van het brandhout ».

5e etappe: Huy (La Sarte) – Saint-Séverin
23 km – GR 576

Saint-Séverin-en-Condroz – Romaanse cluniacenzische kerk van de heilige Petrus en Paulus (Église Saints-Pierre-et-Paul). Vervat in een benedictijnenklooster, werd deze kerk gebouwd tussen 1136 en 1145. Zijn vorm wordt gemarkeerd door een achthoekige toren met een pijl en doorbroken met dubbele ramen die typerend zijn voor de Bourgondische school van Cluny (moederabdij van de Benedictijner orde) ). De architect was waarschijnlijk een broer van degene die verantwoordelijk was voor de bouw van Paray-le-Monial, een meesterwerk van de cluniacenzische kunst.

6e etappe*: Saint-Séverin – Brialmont
16 km – GR 576

De abdij Onze-Lieve-Vrouw van Brialmont bevindt zich in Tilff, op 12 km van Luik. Trots gelegen op een rots waarvan het de natuurlijke kroon lijkt, domineert het meer dan honderd meter over de schitterende diepe vallei van de Ourthe. Een gemeenschap van Cisterciënzer trapistinnen bidt, werkt en onthaalt. Hun specialiteiten zijn paddenstoelen.

7e etappe : Brialmont – Cornillon
23 km – GR 57

« Ze leidde (het leprozenhuis van Mont-Cornillon) zeer efficiënt, ze dirigeerde in nederigheid, met liefdevolle toewijding, ze toonde aan allen het voorbeeld van goede werken, zonder dat ze haar eigen voordeel zocht, maar alleen dat van Christus. Ze gaf zichzelf de zorg en het werk van de priores, niet de dominantie of het prestige. […] Met heel haar gevoel probeerde ze de liefde voor Christus te vergroten waar Hij aanwezig was; en waar Hij afwezig was, probeerde ze de gedachte aan Hem op te wekken door middel van heilzame waarschuwingen. […] De dienares van Christus, volledig steunend op Hem, werkte voor hun heil door hen met ijverige vriendschap uit te nodigen om vooruitgang te maken in de beste charisma’s. Ze toonde zich geen meesteres, maar een bediende, een moeder, een verpleegster. » (Vita, II, 2)

« Telkens wanneer Juliana bad, zag ze een wonderbaarlijk teken. De maan verscheen haar, beeldschoon, met echter een klein missend stukje aan het bolvormige oppervlak. Ze was verbaasd en wist niet wat het betekende. En haar verbazing groeide, want bij elk gebed werd het teken herhaald. Ze interpreteerde dit als een verleiding, iets slechts, waar ze probeerde van af te geraken. Omdat dit teken niet verdween, bedacht ze dat ze, in plaats van het kwijt te willen, het misschien eerder moest proberen te begrijpen. Ze bad opdat ze de betekenis haar duidelijk zou worden. Toen openbaarde Christus aan haar dat de maan de huidige kerk was maar dat het ontbrekende deel van de maan de afwezigheid was van een plechtigheid in de kerk. » (Vita II,6).

« Door groot medelijden bewogen nam ze alle moeilijkheden op haar (die mensen haar toevertrouwden) en droeg ze tot bij de Heer alsof het haar eigen problemen waren. Zo verscheen ze nooit zonder intentie voor de Heer, maar ze stortte haar hart voor hem uit als water, met een vernederde en verslagen geest, met de gave van haar vurig gebed en een overvloedige uitstorting van tranen; En om te zorgen dat de schoot van goddelijke tederheid zijn barmhartigheid snel zou tonen aan hen die leden onder beproevingen en moeilijkheden, kwelde ze meedogenloos haar tedere lichaam met zeer harde slagen; en haar geest rustte niet totdat deze mensen de bevrijding verkregen hadden van de Heer. » (Vita I,35)

 

Leprozenhuis opgericht rond 1100 buiten de stad, de wees Juliana werd hier onthaald, had hier haar visioenen en werd priorin en verantwoordelijke voor dit herstelcentrum. Juliana werd er verjaagd door de druk van de burgerlijke machten die de rijkdom van het werk op het oog hadden. Sinds 1820 wordt dit heiligdom bewoond door de Karmelietessen van Cornillon die er hosties produceren voor het bisdom Luik. De zusters zetten hun prachtige kapel, een genadeplaats, ter beschikking van de Luikse bijeenkomsten van Emmanuel voor de maandelijkse gebedswakes.

8e etappe: Cornillon – Retinne – Vallei van de heilige Juliana rivier
24 km – GR57 – GR5

Het is aan de leeftijd van vijf jaar dat Juliana wees werd en haar familie haar toevertrouwde aan het leprozenhuis van Cornillon, aan de oostkant van Luik. Ze kreeg er een goede opvoeding van zuster Sapience.